Naar de inhoud
BMIZeker 036 52 98 447

Er is nu iets Bijgewerkt 8 november 2026

Mijn brandmeldinstallatie is afgekeurd

Moet het gebouw dicht?

Nee. Een gebruiksverbod is het zwaarste middel aan het eind van de ladder, niet de eerste stap. De vraag is niet of u open mag, maar hoe snel u aantoonbaar aan het herstellen bent.

Nu aan de hand Er ligt een rapport met gebreken. waarop getoetst wordt
NEN 2535
Bbl afd. 6.5

Een afkeurpunt betekent: geen inspectiecertificaat. U herstelt wat er is aangemerkt, waarna een herinspectie volgt. Een “bijna goed” bestaat niet. Uitsluitend een inspectie zonder afkeurpunten leidt tot een certificaat. Wat er daarna gebeurt, hangt af van het bevoegd gezag, niet van de inspecteur.

Wie net een afkeurrapport heeft gekregen, schrikt meestal van twee dingen. Ten eerste dat er zoveel op staat. Ten tweede dat het vaak niet over de techniek gaat maar over papier: een programma van eisen dat ontbreekt, een logboek dat niet op locatie ligt, een onderhoudsrapport dat niemand kan vinden. Uw installatie kan prima werken en toch worden afgekeurd.

Wat wij doen met uw afkeurrapport

  1. Adviesgesprek. Wij nemen het rapport met u door. Is het nodig, dan controleren wij de installatie ter plaatse en leggen het dossier ernaast.

  2. Sorteren. Per punt bekijken we of het de veiligheid raakt, alleen het dossier, of dat u het zelf kunt oplossen.

  3. Offerte met plan van aanpak. Voor wat hersteld of vervangen moet, in een volgorde die u aan het bevoegd gezag kunt uitleggen.

  4. Herstel en herinspectie. Hebben wij de installatie aangelegd, dan lossen wij de punten op en zorgen we dat het dossier klopt voordat de herinspectie komt. Komt hij van een andere installateur, dan gaat u met de gesorteerde lijst naar die partij. Is vervangen de oplossing, dan vervangen wij hem door ons systeem, met daarna een onderhoudscontract.

Het certificaat geven wij niet af. Dat doet een geaccrediteerde inspectie-instelling, en dat hoort ook zo: wie bouwt, keurt niet. Wij zorgen dat er bij de herinspectie niets meer in de weg staat.

Wat gebeurt er nu precies?

De volgorde is vast. Er is een afkeurpunt geconstateerd, dus er komt geen certificaat. U herstelt de punten, en daarna volgt een herinspectie. Het inspectieschema regelt die herinspectie; het schrijft geen termijn voor waarbinnen u klaar moet zijn.

Dat laatste verrast mensen. U leest online geregeld dat u vier tot acht weken heeft voordat er een dwangsom volgt. Die termijn staat in geen wet en in geen officiële bron. Het is iets wat in de markt wordt gezegd. Wat de gemeente in uw geval doet en hoe snel, verschilt per bevoegd gezag. Vraag het na bij de partij die u heeft aangeschreven; dat is een eerlijker antwoord dan een getal dat wij niet kunnen onderbouwen.

Wie handhaaft er eigenlijk?

Niet de brandweer, en niet uw verzekeraar. Handhaven doet het bevoegd gezag: meestal de gemeente of de omgevingsdienst, met de brandweer in een adviserende rol. Het instrumentarium loopt van een waarschuwing via een last onder dwangsom tot, in het uiterste geval, een gebruiksverbod.

Uw verzekeraar staat daar los van. Die kan geen dwangsom opleggen, maar wel de premie of de dekking ter discussie stellen, of aanvullende eisen stellen. Let op dat die twee sporen elkaar kunnen kruisen: de verzekeraar kan mede bepalen wat er in het programma van eisen staat, en soms ook hoe vaak er geïnspecteerd moet worden. Staat er iets zwaarders in dan de wet vraagt, dan toetst de inspecteur daar gewoon op.

Wij schrijven bewust niet dat een verzekeraar bij schade niet uitkeert. Dat wordt vaak beweerd, ook door partijen in ons eigen vak, maar wij hebben geen polisvoorwaarden ingezien die dat hard maken. Wat er in uw polis staat, staat in uw polis.

Mag het gebouw open blijven?

Voor nieuwbouw is de regel helder: het inspectiecertificaat moet er zijn vóór ingebruikname van het bouwwerk. Voor een bestaand gebouw ligt het anders. Daar eist het Besluit bouwwerken leefomgeving in de aangewezen gevallen een geldig inspectiecertificaat, dus een verlopen of geweigerd certificaat is een overtreding waarop gehandhaafd kan worden.

Maar een regel die zegt dat uw pand bij afkeuring meteen dicht moet, bestaat niet. Het gebruiksverbod is het zwaarste instrument aan het eind van de ladder, niet de eerste stap. In de praktijk is de vraag dus niet of u open mag, maar hoe snel u aantoonbaar aan het herstellen bent.

Moet de installatie tijdens het herstel geheel of gedeeltelijk uit, dan vraagt het inspectieschema om compenserende maatregelen, om overeenstemming daarover met de eisende partijen, en om borging van de ruimten die niet bewaakt worden. Een brandwacht is in dat geval een gangbare oplossing, maar de norm schrijft die niet als zodanig voor.

De ondergrens voor een bestaand gebouw

Op dit punt is er goed nieuws. Voor bestaande bouw is de handhavingsondergrens NEN 2535:1996, en voor de ontruimingsinstallatie NEN 2575:2000. Voldoet uw installatie daaraan, dan is er geen grond voor handhaving. Ook niet als hij niet voldoet aan de nieuwste versie van de norm.

Het bevoegd gezag kan via een maatwerkvoorschrift wel meer eisen. Maar het uitgangspunt is dat een installatie uit 2003 niet automatisch fout is omdat de norm sindsdien is herzien. In rapporten lopen die twee dingen soms door elkaar.

Het gevolg waar niemand het over heeft

Lang voordat er een dwangsom in zicht komt, verliest een verwaarloosde installatie al zijn nut aan de kant van de meldkamer. Een automatische melding die niet geverifieerd is, wordt niet als dringende taak beoordeeld: de wettelijke opkomsttijd geldt dan niet. Brandweer Nederland heeft daar geen misverstand over laten bestaan: op termijn worden niet-geverifieerde meldingen beoordeeld als “geen brandweerzorg”, en volgt er geen actie meer.

Bij een niet-verplichte installatie waarvan de kwaliteit onbekend is en de melding niet is geverifieerd, is er domweg geen opvolging. U heeft dan een installatie die netjes piept en verder niets in gang zet. Dat is voor de meeste eigenaren een dwingender argument dan de handhaving.

Waar het meestal op vastloopt

Wij kunnen u niet vertellen welke afkeurredenen het vaakst voorkomen, want dat cijfer bestaat niet: het CCV publiceert geen geaggregeerde bevindingen en de inspectie-instellingen ook niet. Wie u een top tien voorschotelt, heeft die zelf bedacht.

Wat wel kan: de punten benoemen waarop het inspectieschema daadwerkelijk toetst. In de administratieve hoek zijn dat onder meer:

  • er is geen programma van eisen, of het is niet ondertekend en het akkoord van de eigenaar is niet herleidbaar
  • het rapport van oplevering of van onderhoud ontbreekt
  • het logboek is er niet, is onvolledig, of ligt niet op locatie, terwijl het daar te raadplegen moet zijn
  • in het logboek ontbreekt de berekening van de mate waarin de installatie voldoet aan de prestatie-eisen voor onechte en ongewenste meldingen
  • er is geen componentenoverzicht met typekeur en functiebehoudverklaring
  • de compatibiliteit van de componenten is niet aantoonbaar
  • het onderhoud is niet uitgevoerd, of niet volgens het onderhoudsplan; dat leidt letterlijk tot een afkeurpunt
Automatisch statusrapport uit het systeem van de fabrikant, met per onderdeel de status: verbinding, accu, deksels en storingen
Zo ziet een automatisch statusrapport uit het systeem van de fabrikant eruit. Het vervangt het rapport van uw onderhoudsbedrijf niet, maar kijk wel naar de laatste regel: de verbinding met het ontvangststation staat op verbroken, terwijl al het andere in orde is. Precies zo’n regel wordt over het hoofd gezien. Dit is een afbeelding van de fabrikant, met een Engelstalig scherm.

En in de technische hoek gaat het vaak over projectering: een bewakingsomvang die niet klopt met wat de regelgeving voor uw gebruiksfunctie vraagt, te weinig melders of melders op de verkeerde plek, melders te dicht bij een stoorbron, of componenten die niet geschikt zijn voor de ruimte waarin ze hangen.

Eén afkeurreden wordt in ons vak vaak “veelvoorkomend” genoemd: bekabeling die niet gescheiden is aangelegd. Die kwalificatie komt van marktpartijen en niet van het CCV, dus wij nemen hem niet over als eigen claim. Dat het een toetspunt is, staat vast.

Vragen na een afkeuring

Wanneer is een BMI verplicht?

Dat hangt af van de gebruiksfunctie van het gebouw. De tabel in bijlage II van het Bbl zegt per functie of er een brandmeldinstallatie moet hangen.

Een gewoon woongebouw hoeft geen brandmeldinstallatie te hebben; de Onderzoeksraad voor Veiligheid stelde dat in 2021 ook vast. Heeft u een afkeurrapport, dan heeft de inspecteur getoetst op wat voor uw gebouw geldt en op wat er in uw programma van eisen staat.

Wat staat er in het rapport na de inspectie van een brandmeldinstallatie?

Een inspectierapport is een lijst toetspunten. Per regel staat erin welk artikel het is, waarop is getoetst, wat de inspecteur vond en wat zijn oordeel is.

Eén afkeurpunt is genoeg om geen certificaat te krijgen. Wij lezen het rapport daarom regel voor regel met u door, en zetten bij elk afkeurpunt wie het oplost.

Hoe lang is het inspectiecertificaat geldig na de herinspectie?

Drie jaar, of één jaar als doormelding naar de meldkamer voor uw gebouw verplicht is.

Wat er in dat certificaat staat en wie het afgeeft, leest u bij het inspectiecertificaat voor een BMI.

Nagekeken door Koen, adviseur
Bijgewerkt op 8 november 2026. Wij ontwerpen, leveren, installeren en onderhouden brandmeldinstallaties. Het inspectiecertificaat geeft een geaccrediteerde inspectie-instelling af, niet wij.

Na de inspectie

Er ligt een afkeuring.

Neem het rapport mee naar een adviesgesprek. Wij zetten de punten in drie stapels: wat de veiligheid raakt, wat alleen het dossier raakt en wat u zelf kunt oplossen. Daarna krijgt u een offerte met een plan van aanpak voor de rest.