Naar de inhoud
BMIZeker 036 52 98 447

Wat wij doen Bijgewerkt 8 november 2026

Onderhoud brandmeldinstallatie (BMI) en beheer

Wat wij doen Beheer, onderhoud en wat er wordt vastgelegd. NEN 2654-1

Een brandmeldinstallatie (BMI) krijgt in de praktijk elk jaar onderhoud: binnen twaalf maanden moeten alle melders voor honderd procent functioneel getest zijn, en de doormeldverbinding wordt eenmaal per jaar getest. Dat doet een onderhoudsbedrijf volgens NEN 2654-1. De wet zelf eist alleen adequaat beheer, controle en onderhoud; uw beheerder controleert en registreert tussendoor.

Bron: CCV-certificatieschema Onderhoud brandmeldinstallaties 6.0, bijlage 10 (eis uit NEN 2654-1 §6.1); Brandweer Nederland (doormeldverbinding); Besluit bouwwerken leefomgeving art. 2.6 en 6.32.

Wij onderhouden brandmeldinstallaties die wij zelf hebben aangelegd of vervangen. Heeft een ander de installatie aangelegd, dan kijken wij er eerst zelf naar. Pas daarna praten we over onderhoud.

VraagAntwoord
Alle melders getest?Binnen twaalf maanden, voor honderd procent
Doormeldverbinding?Eenmaal per jaar getest door de installateur
Wie onderhoudt?Het onderhoudsbedrijf (NEN 2654-1, hoofdstuk 6 en 7)
Wie controleert tussendoor?Uw beheerder, die het ook in het logboek zet (hoofdstuk 5)
Maandelijkse controle?Alleen als uw onderhoudsplan hem voorschrijft

Hoe het gaat, en wat u overhoudt

  1. 01 Adviesgesprek Wij bespreken uw gebouw en uw programma van eisen, en spreken af hoe vaak er een beurt komt.
  2. 02 De beurt Melders, handbrandmelders, sirenes, centrale en doormelding worden getest. Binnen twaalf maanden is elke melder aan de beurt geweest.
  3. 03 Het rapport Per punt ja of nee, en wat er is hersteld. Dat rapport laat u bij een inspectie zien.
  4. 04 Vastleggen Wat er is gedaan, komt in het logboek op locatie. U weet wanneer de volgende beurt is.

Wat u in handen krijgt

  • een onderhoudsrapport per beurt
  • een bijgehouden logboek op locatie
  • bericht voordat de volgende beurt verloopt
  • één aanspreekpunt

Wat het niet is

  • Onderhoud is geen inspectie. Het bereidt die voor.
  • Wij nemen de rol van beheerder niet over; die moet in uw organisatie belegd zijn.

Wat de wet en de norm vragen

Sinds de Omgevingswet noemt het Besluit bouwwerken leefomgeving NEN 2654 niet één keer bij naam, en dat is veel gebouweigenaren ontgaan. De norm is nog steeds de erkende manier om aan de wet te voldoen, en het inspectieschema toetst er wél op. Onder het oude Bouwbesluit stuurde artikel 6.20 de norm rechtstreeks aan: er stond letterlijk welke norm gold. Onder het Bbl is die directe aansturing vervallen. Wat er nu staat, in artikel 2.6 en artikel 6.32, komt neer op één zin: u zorgt ervoor dat de installatie functioneert en op adequate wijze wordt beheerd, gecontroleerd en onderhouden.

Wij hebben het nagekeken in de volledige tekst van het Bbl én de Omgevingsregeling. “NEN 2654” komt er nul keer in voor.

Betekent dat dat het losser is geworden?

In theorie wel. Het Informatiepunt Leefomgeving legt “adequaat beheer” uit als in het algemeen het volgen van de voorschriften van de leverancier, en noemt NEN 2654-1 en -2 een voorbeeld van een systeem voor beheer, controle en onderhoud.

In de praktijk is die vrijheid grotendeels theoretisch, en dat zeggen wij liever eerlijk dan dat u er later achter komt. Heeft uw gebouw een verplicht inspectiecertificaat, dan toetst het CCV-inspectieschema u alsnog op dezelfde punten. Het NIPV heeft zelf gewaarschuwd dat deze vrijheid het niveau kan laten dalen. Wie de norm loslaat omdat het mag, komt hem bij de inspectie gewoon weer tegen.

Een merkwaardig contrast, terwijl we toch bezig zijn: voor blustoestellen en haspels staat er in het Bbl wél een frequentie: ten minste eenmaal per twee jaar. Voor de droge blusleiding eenmaal in de vijf jaar. Voor de brandmeldinstallatie staat er niets concreets.

Hoe vaak moet een brandmeldinstallatie onderhoud krijgen?

Eén frequentie staat vast en die is belangrijk: binnen twaalf maanden worden alle melders voor honderd procent functioneel getest. Die eis staat in het minimum-onderhoudsplan van het CCV-certificatieschema. Jaarlijks onderhoud door een onderhoudsbedrijf is daarmee in de praktijk onontkoombaar.

Daarnaast: de doormeldverbinding wordt eenmaal per jaar getest door de installateur. Ook dat is geverifieerd.

Maandelijkse controle van de BMI: moet dat?

Niet als vaste eis uit de wet of het schema. Het inspectieschema spreekt van “de eventuele maandelijkse test”: de inspecteur kijkt of een maandelijkse controle die in uw onderhoudsplan staat ook echt elke maand gebeurt en in het logboek terug te vinden is. Voorschrijven doet het schema hem niet. Staat hij in uw plan, dan is hij voor u wél bindend, en is een overgeslagen maand een gat in uw logboek.

U leest overal andere getallen: maandelijks, per kwartaal, elke vier maanden. Als eis staan ze nergens. Het woord “kwartaal” komt in geen van de vier CCV-documenten voor. Wat uw eigen onderhoudsplan of de beheerdersinstructie van de fabrikant zegt, is dus leidend, en dat verschilt per installatie.

Wat de beheerder zelf mag, zegt Brandweer Nederland in één zin: melders in bijzondere situaties tijdelijk buiten werking stellen en de installatie periodiek controleren. Voor zwaarder werk schakelt u een erkend branddetectiebedrijf in. Wat er gecontroleerd is en wat er gevonden werd, schrijft de beheerder in het logboek.

Weet u niet of er bij u een maandelijkse controle in het plan staat, of wie hem doet? Dat zoeken wij uit bij een controle van uw installatie.

Wie doet wat

De norm splitst het werk in twee delen. Het beheer, de periodieke controle en het preventieve onderhoud door de gebruiker staan in het ene hoofdstuk; de controle en het onderhoud door de deskundige van het onderhoudsbedrijf in de twee daarna. Uw beheerder en uw onderhoudsbedrijf doen dus allebei iets, en ze doen niet hetzelfde. Wie bij u de beheerder hoort te zijn, en of de eigenaar of de huurder dat regelt, staat bij wie er verantwoordelijk is.

Uw beheerderHet onderhoudsbedrijf
Beheer en controle uitvoeren én registreren: testen, uitschakelingen, storingen, reparaties, wijzigingen, onderhoud.Het periodieke onderhoud, en het correctieve onderhoud als er iets stuk is.
Op tijd opdracht geven voor onderhoud, en het rapport daarna opvolgen.Het rapport van onderhoud opstellen, met per punt ja of nee.
De basisgegevens beschikbaar hebben als de monteur komt.Adviseren over de frequentie, op basis van fabrikantvoorschriften, leeftijd, conditie en de eisen van uw verzekeraar.
Aanspreekpunt zijn voor de brandweer en het branddetectiebedrijf.Melden wanneer de basisgegevens ontbreken of niet meer kloppen.

Het CCV vat de verhouding in één zin samen die wij vaak citeren omdat hij zo ongemakkelijk duidelijk is: goed onderhoud is de verantwoordelijkheid van het onderhoudsbedrijf, maar een kwalitatief goede en functionerende brandbeveiliging is uw verantwoordelijkheid.

Beheerscherm met per gebouw de apparatenlijst en rechts de status: signaalsterkte, accu en verbinding
Een beheerscherm met per gebouw de melders, hun signaalsterkte, accustatus en verbinding. Nuttig, maar het vervangt uw logboek niet. Dat moet op locatie in te zien zijn. Afbeelding van de fabrikant, scherm in het Engels.

Het misverstand rond de beheerderscursus

In het CCV-stelsel bestaat geen diploma “Opgeleid Beheerder Brandmeldinstallatie”. De afkorting OBMI staat bij het CCV voor Onderhoudsdeskundige Brandmeldinstallaties, en dat is een diploma voor de monteur van het onderhoudsbedrijf. Voor uw beheerder is het geen diploma. De beheerderscursus die u kunt volgen, wordt buiten het CCV-schemastelsel om aangeboden.

Dat maakt zo’n cursus niet minder nuttig; uw beheerder moet volgens de definitie beschikken over een bewijs van vakbekwaamheid en geïnstrueerd zijn over zijn taken. Wie u vertelt dat het certificaat van uw beheerder “verlopen” is, mag u vragen waar dat staat.

En de ontruimingsoefening?

Daar staat geen frequentie voor in de wet. Het woord “oefening” komt in het Bbl niet voor, de Arbowet noemt bij de bedrijfshulpverlening geen frequentie, en het artikel in het Arbobesluit dat erover ging is begin 2007 vervallen.

Toch is oefenen niet vrijblijvend, en wel om een praktische reden: bij een inspectie is het verslag van een brand- of ontruimingsoefening het bewijsmateriaal waarmee u laat zien dat uw installatie en uw alarmorganisatie op elkaar aansluiten. Zonder zo’n verslag heeft u die aansluiting niet aangetoond.

Wat wij doen

Wij onderhouden brandmeldinstallaties die wij zelf hebben aangelegd of vervangen, met een onderhoudscontract op maat: de bezoekfrequentie bepalen wij samen in het adviesgesprek, wij begeleiden de certificaatinspectie, kijken op afstand mee en houden het logboek mee bij.

Hangt er een installatie van een andere installateur, dan nemen wij het onderhoud niet zomaar over. Wij beoordelen eerst wat er ligt en wat er hangt, met een second opinion, en zeggen eerlijk wat er nodig is. Ook als er iets in te halen valt. Is vervangen de oplossing, dan vervangen wij de installatie door ons systeem, en daarna volgt het contract.

Uit ons werk

Zwarte draadloze rookmelder die scheef onder een betonnen ligger in een busstalling hangt, met stalen dakspanten en lichtstraten erboven
De oude rookmelder in de busstalling, vlak voor het vervangen.

Een busstalling waar één rookmelder bleef melden

In een busstalling met werkplaats hangt een draadloos brandmeldsysteem dat wij er zelf hebben geplaatst. Eén rookmelder gaf telkens een melding terwijl er geen rook was.

We hebben die melder vervangen. De oude ging uit het systeem en de nieuwe kreeg dezelfde naam en dezelfde instellingen. Daarna hebben we het radiosignaal naar de centrale gemeten, en dat was in orde. In dezelfde ronde zijn de centrale en de signaalversterker bijgewerkt, zodat het hele systeem weer op één stand draait.

Zo ziet onderhoud aan eigen werk eruit: we weten wat er hangt en waar. Waarom een melder afgaat zonder brand, leest u bij vals alarm van de brandmeldinstallatie.

Vragen over onderhoud

Moet een BMI volgens de wet onderhouden worden?

Ja. Het Besluit bouwwerken leefomgeving verplicht de eigenaar om de installatie te laten functioneren en adequaat te laten beheren, controleren en onderhouden (artikel 2.6 en 6.32).

Een frequentie noemt de wet niet. Die komt uit het CCV-certificatieschema: binnen twaalf maanden heeft elke melder een functietest gehad. Heeft uw gebouw een verplicht inspectiecertificaat, dan kijkt de inspecteur of dat onderhoud er is. Ontbreekt het, dan is dat een afkeurpunt.

Wat regelt NEN 2654-1 voor het onderhoud?

NEN 2654-1 verdeelt het werk over twee partijen. De beheerder doet het beheer en de periodieke controle en schrijft dat in het logboek; het onderhoudsbedrijf doet het onderhoud door een deskundige en maakt het rapport.

Sinds de Omgevingswet staat de norm niet meer met naam in het Bbl, maar het inspectieschema toetst er nog steeds op. Wie de norm per hoofdstuk wil doorlopen, vindt die uitleg bij NEN 2654-1 op UwBrandmeldsysteem.

Hoe plant u het onderhoud van een brandmeldinstallatie?

Begin bij de ondergrens: elke melder binnen twaalf maanden getest, en de doormeldverbinding eenmaal per jaar. Daarboven adviseert het onderhoudsbedrijf over de frequentie, op grond van de fabrikant, de leeftijd van de installatie en de eisen van uw verzekeraar.

Uw beheerder geeft op tijd opdracht en zorgt dat de monteur bij aankomst de vijf basisgegevens uit het dossier heeft. Zonder die stukken wordt de beurt wel gedaan, maar komt er geen onderhoudscertificaat.

Waar hangen de kosten van onderhoud aan een BMI van af?

Vooral van het aantal melders, van hoe vaak er een beurt nodig is en van de vraag of doormelding naar een meldkamer in het contract zit. Een bedrag zetten wij niet online; na het adviesgesprek staat het als vaste post in de offerte.

Wat u wel kunt voorkomen, is twee keer betalen. Een beurt zonder basisgegevens levert geen onderhoudscertificaat op, en dan ligt dezelfde vraag bij de volgende inspectie weer op tafel.

Is een inspectie hetzelfde als onderhoud?

Nee. Onderhoud doet het onderhoudsbedrijf; de inspectie doet een instelling met accreditatie die zelf niets installeert of onderhoudt van wat zij keurt.

De inspectie levert het inspectiecertificaat op. Dat geldt drie jaar; is doormelding voor uw gebouw verplicht, dan één jaar. Hoe dat in zijn werk gaat, staat bij het inspectiecertificaat.

Nagekeken door Koen, adviseur
Bijgewerkt op 8 november 2026. Wij ontwerpen, leveren, installeren en onderhouden brandmeldinstallaties. Het inspectiecertificaat geeft een geaccrediteerde inspectie-instelling af, niet wij.

Na de inspectie

Er ligt een afkeuring.

Neem het rapport mee naar een adviesgesprek. Wij zetten de punten in drie stapels: wat de veiligheid raakt, wat alleen het dossier raakt en wat u zelf kunt oplossen. Daarna krijgt u een offerte met een plan van aanpak voor de rest.