CCV-inspectieschema
Het inspectiecertificaat voor een brandmeldinstallatie (BMI) wordt uitgeschreven door een onafhankelijke instelling met accreditatie en CCV-licentie, nooit door uw eigen installateur. Drie jaar blijft het geldig, maar slechts één jaar als de wet doormelding naar de brandweer eist, geteld vanaf de dag van uitgifte. Welke gebouwen er een moeten hebben, leest u per gebruiksfunctie in bijlage II.
Bron: Besluit bouwwerken leefomgeving art. 6.32 lid 3 en bijlage II; IPLO; CCV-inspectieschema Brandbeveiliging 2023.
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Hoe lang geldig? | Drie jaar; één jaar als doormelding verplicht is |
| Vanaf wanneer? | De datum van afgifte |
| Wanneer verplicht? | Alleen in de gevallen uit Bbl bijlage II |
| Wie geeft het af? | Een type A-geaccrediteerde inspectie-instelling met een CCV-licentie |
| Met een afkeurpunt? | Geen certificaat; na herstel volgt een herinspectie |
Dat verschil tussen drie jaar en één jaar wordt stelselmatig verward: wie verplicht doormeldt, heeft elk jaar een nieuw certificaat nodig. Voor de ontruimingsalarminstallatie geldt dezelfde regel. Voor blus- en rookbeheersingsinstallaties is het altijd één jaar.
Wanneer is een inspectiecertificaat verplicht?
Niet altijd. Een inspectiecertificaat is alleen verplicht in de gevallen die bijlage II van het Bbl aanwijst. Een greep uit die lijst, om een idee te geven:
- celfunctie — altijd
- gezondheidszorg met bedgebied — altijd
- zorgclusterwoning met vierentwintiguurszorg in een woongebouw, en groepszorgwoning met vierentwintiguurszorg
- kinderopvang voor kinderen jonger dan vier jaar, met een vloer hoger dan 1,5 meter
- logiesfunctie in een logiesgebouw, groter dan 250 m² of zonder 24-uursbewaking met een vloer hoger dan 1,5 meter
- bijeenkomstfunctie groter dan 1.000 m², of met een vloer hoger dan 5 meter
- kantoor, onderwijs en sport — pas bij een vloer hoger dan 50 meter
- parkeergarage groter dan 2.500 m²
Het verschil is groot. Een kantoorgebouw heeft pas een inspectiecertificaat nodig bij een verblijfsvloer boven de vijftig meter; een zorginstelling met bedgebied altijd. Wie u vertelt dat u “gewoon” een inspectiecertificaat moet hebben, heeft niet in de tabel gekeken.
Nog iets nuttigs: is er voor uw brandmeldinstallatie geen inspectiecertificaat vereist, dan ook niet voor de bijbehorende ontruimingsalarminstallatie.
Wie mag het afgeven?
Alleen een inspectie-instelling die door de Raad voor Accreditatie als type A is geaccrediteerd en een licentie van het CCV heeft. Type A betekent volledig onafhankelijke derde partij: de instelling en haar mensen mogen niet de ontwerper, leverancier, installateur, koper, eigenaar, gebruiker of onderhouder zijn van wat zij inspecteren.
Daarom kan het bedrijf dat uw installatie heeft gebouwd of onderhoudt nooit zelf uw inspectiecertificaat afgeven. Wij dus ook niet, en dat hoort ook zo: wie bouwt, keurt niet. Op het moment van schrijven hebben elf instellingen een licentie van het CCV om dit voor brandmeld- en ontruimingsinstallaties te doen.
Waar het certificaat eigenlijk over gaat
Dit is het meest onbegrepen punt van het hele stelsel. Een inspectiecertificaat verklaart niet dat uw installatie voldoet aan NEN 2535.
Het verklaart dat uw brandbeveiligingssysteem — techniek, bouwkunde én organisatie samen — de afgeleide doelstellingen haalt. Het schema zegt het zelf ondubbelzinnig: inspectie van een brandbeveiligingssysteem op doeltreffendheid kan niet worden vergeleken met inspectie van een installatie tegen de norm.
Dat verklaart waarom een inspecteur naar uw ontruimingsplan vraagt, naar uw beheerder, en naar het verslag van een oefening. Die dingen zitten niet in de installatie, maar wel in het systeem.
De verschillende papieren, uit elkaar gehaald
| Papier | Waar het over gaat | Wie geeft het af |
|---|---|---|
| Productcertificaat of dienstcertificaat | Over het bedrijf: dat het volgens het schema werkt. | Een certificatie-instelling. Vaak drie jaar geldig, met jaarlijks een nieuw besluit. |
| Leveringscertificaat | Over de geleverde installatie, op dat moment. | Het gecertificeerde branddetectiebedrijf zelf, over zijn eigen werk. Normaliter zonder einddatum. |
| Onderhoudscertificaat | Dat het onderhoud voldoet en de installatie in nominale staat is. | Het gecertificeerde onderhoudsbedrijf. |
| Inspectiecertificaat | Dat het hele systeem de afgeleide doelstellingen haalt. | Uitsluitend een geaccrediteerde inspectie-instelling. |
| Eigen verklaring van conformiteit | Bewijs van vakwerk, maar géén certificaat. Mag nooit een CCV-merk dragen. | Een niet-gecertificeerd branddetectiebedrijf. |
Een leverings- of onderhoudscertificaat verklaart iets over een moment. Verandert uw programma van eisen, dan wordt zo’n certificaat niet ongeldig, maar het is dan niet meer ter zake. Dat is een nuance die in discussies met verzekeraars nogal eens misgaat.
Eerst certificeren, dan inspecteren
Dit is geen truc. Een installatie mét leverings- of onderhoudscertificaat valt bij de inspectie in de lichtere kolom: de inspectie-instelling mag dan een beperktere inspectie uitvoeren. En bij de eerste inspectie van een bestaande installatie geldt sowieso een lichtere methode — van het rapport van onderhoud hoeft dan alleen te worden vastgesteld dát het er is, niet of het volledig en juist is.
De volgorde eerst certificeren en daarna inspecteren is dus geen dubbel werk. Het omgekeerde — ongecertificeerd de inspectie in — levert de zwaarste toets op.
Drie soorten werk aan een bestaande installatie
Het certificatieschema kent drie smaken, en het verschil bepaalt of u een certificaat kunt krijgen:
- Levering — certificaat verplicht
- Deellevering — certificaat toegestaan, mits de documentatie is bijgewerkt, het programma van eisen is aangepast of aangevuld, en het in het logboek staat
- Kleine aanpassing — bijvoorbeeld één extra melder in een bestaande detectiezone: hiervoor mag géén certificaat worden afgegeven
Dat laatste verrast mensen soms, want het klinkt als een gebrek. Dat is het niet. Het is een regel van het schema.
Wat de inspecteur wil zien
De inspectie gaat over het hele systeem, dus de inspecteur kijkt verder dan de melders aan het plafond. Dit zijn de stukken waar het in de praktijk op vastloopt:
- het programma van eisen of uitgangspuntendocument, met de installatieplattegrond, het blokschema en de functiematrix; de programmering van de centrale moet met die matrix overeenkomen
- het logboek, op locatie in te zien, met de berekening van onechte en ongewenste meldingen erin
- het onderhoudscertificaat, of in elk geval het rapport van het laatste onderhoud
- het ontruimingsplan, de naam van uw beheerder en het verslag van een oefening
Alleen een inspectie zonder afkeurpunten levert een inspectiecertificaat op. Is er een afkeurpunt, dan volgt na herstel een herinspectie.
De plicht om een geldig certificaat te hebben ligt bij de eigenaar, of bij wie anders bevoegd is om voorzieningen te treffen. In een verhuurd pand is dat niet altijd dezelfde partij die het logboek bijhoudt. Hoe dat zit, staat bij wie er verantwoordelijk is voor de installatie.
Wat wij doen
Wilt u weten waar u staat voordat de inspecteur komt, laat de installatie dan eerst door ons controleren. Wij leggen het dossier naast wat er hangt en zetten de verschillen op een rij, met wat er vóór de inspectie af moet.
Voor installaties die wij hebben aangelegd of vervangen, bereiden wij de inspectie voor en zijn wij erbij; dat hoort bij ons onderhoudscontract. Wij zorgen dat het dossier klopt, dat afkeurpunten zijn opgelost en dat u niet voor verrassingen komt te staan. Het certificaat zelf komt van een van de elf geaccrediteerde instellingen — daar bemoeien wij ons niet mee, en dat kunnen we ook niet.
Bijgewerkt op 29 oktober 2026. Wij ontwerpen, leveren, installeren en onderhouden brandmeldinstallaties. Het inspectiecertificaat geeft een geaccrediteerde inspectie-instelling af, niet wij.
